maandag 30 januari 2017

HET VERHAAL VAN DE VLINDER


Op een dag ontstond er een klein gaatje in een cocon. Een voorbijganger, bekeek urenlang de noeste arbeid van de vlinder, die uit dit kleine gaatje probeerde te kruipen.

Het gaatje bleef onveranderd. Toen het leek, alsof de vlinder niks meer kon doen en opgaf, besloot de mens om de vlinder te helpen en opende de cocon. De vlinder kwam er meteen uit. Maar zijn lichaam was mager en versuft, zijn vleugels onontwikkeld en onbeweeglijk.

De mens keek vol verwachting uit naar het moment, dat de vlinder de vleugels ging uitslaan. Maar de vlinder bleek geen kracht te hebben om zijn eigen lichaam te dragen. Hij bleef zich gedurende de rest van zijn bestaan, voortslepen over de grond met zijn magere lichaam en zijn verschrompelde vleugels. Hij heeft nooit kunnen vliegen.

Wat de (medelijdende) mens, met zijn vriendelijk en behulpzaam gebaar niet begreep, is dat de doorgang door het smalle gaatje van de cocon een noodzakelijke inspanning is voor de vlinder, om de vloeistof vanuit zijn lichaam in zijn vleugels te doen stromen om te kunnen vliegen.
We hebben wrijving nodig om energie en kracht te ontwikkelen. Een leven zonder hindernissen, zou ons als mens beperkt houden. We zouden nooit kunnen aansterken, we zouden nooit kunnen vliegen.

Je krijgt altijd wat je nodig hebt, daarom niet wat je vraagt



Ik heb kracht gevraagd .. het leven gaf me moeilijkheden om me sterk te maken.
Ik heb wijsheid gevraagd … het leven gaf me problemen om op te lossen.
Ik heb voorspoed gevraagd …het leven gaf me hersenen en spieren om te werken.
Ik heb gevraagd te kunnen vliegen …het leven gaf me obstakels om te overstijgen.
Ik heb liefde gevraagd …het leven gaf me mensen die hulp nodig hebben.
Ik heb gunsten gevraagd …het leven gaf me mogelijkheden.
Ik heb niets gekregen wat ik heb gevraagd …maar ik heb alles gekregen dat ik nodig had.

Alle redenen dus om ondanks alle shit in de wereld, onvoorwaardelijk te blijven vertrouwen.

Deze keer niet door mijzelf geschreven, maar wel voor jullie gevonden

Auteur: Isabelle Lambrecht